Het was een verjaardag waar ik niet onderuit kon komen. Niet bij iemand thuis, maar in een donker café hier in het dorp. Speciale gelegenheid, dus veel gasten. In mijn tienerjaren heb ik bijna alle
Het was een verjaardag waar ik niet onderuit kon komen. Niet bij iemand thuis, maar in een donker café hier in het dorp. Speciale gelegenheid, dus veel gasten. In mijn tienerjaren heb ik bijna alle café’s in dit dorp wel eens van binnen gezien. Dit specifieke café was die ene die ik altijd heb gemeden. Hier kwam geen jeugd en er werd naar mijn mening geen smaakvolle muziek gedraaid. Dit was destijds, in mijn jeugdige ogen, de plek waar oudere mensen bij elkaar kwamen. In het passeren hoorde je daar steevast hoempapa muziek naar buiten komen en zag je luidruchtige rokende vijftigers op het terras zitten. Inmiddels heb ik zelf ook deze leeftijd bereikt en ironisch genoeg mocht ik nu dan toch eindelijk de binnenmuren van dit etablissement aanschouwen.
Terwijl ik mijzelf onzichtbaar probeerde te maken met een bruiswater in mijn handen, werd ik benaderd door een oudere man. Hij was net binnengekomen en had zijn jas nog aan. Hij keek mij aan alsof hij mij herkende en gaf mij direct een koude hand. Ja, ik was de oudere broer van de jarige en we lijken in de verte wel wat op elkaar. “Goh, jij komt zeker niet uit de buurt?” vroeg de man, nadat ik mij had voorgesteld. “Ik woon hier al mijn hele leven” antwoorde ik. De man zei niets en bleef mij een moment lang ongemakkelijk aankijken. “Wat raar dat ik jou dan niet ken” zei de man uiteindelijk. Bijna verontschuldigend vertelde ik hem dat ik doorgaans niet in dit soort gelegenheden kwam. Het dorp is immers groter dan het ons-kent-ons kroegenwereldje, waarbinnen de man zichzelf vermoedelijk tot allemansvriend had benoemd. Dat laatste zei ik niet hardop. Met een verwarde en enigszins teleurgestelde blik verdween de man in de menigte ging op zoek naar mijn jarige broertje.
Ik ben die avond meerdere malen gefeliciteerd door mensen die ik niet kende. Allen kwamen zij enthousiast op mij af en pas van dichtbij kwam men erachter dat ik niet de jarige was. Na een tijdje had ik genoeg gezien, heb mijn jas gepakt en ben ik naar buiten gelopen. Daar op het terras stond de oudere man van eerder op de avond te roken. Hij was in gesprek met een wat mollige dame, welke zichzelf in een iets te enthousiaste jurk had gestoken. Hij draaide zich naar mij toe, leek wat te willen zeggen, maar bedacht zich en keerde weer terug naar de dame. Ik liep er snel voorbij met een valse glimlach en voelde de priemende ogen van het stel in mijn rug, terwijl ik de straat overstak en huiswaarts keerde.